21 Juni 2008
Perugia - Laatste week
De zomer lijkt te zijn begonnen. Vandaag was het een aangename 32 graden en ook vanavond, rond middernacht, was het zo’n 20 en heb ik van een ijsje kunnen genieten op het make out punt in de stad: Piazza Italia.
Het is net op tijd, want over een week zit mijn reis van drie maanden er weer op. Dan is het tijd om naar huis te gaan. Amsterdam. Ik weet niet of ik er zin in heb of niet. Om eerlijk te zijn, is het leven hier wel heel aangenaam, maar ook wel erg eenzaam. Doordat ik zo veelvuldig alleen wilde zijn, heb ik ook geen nieuwe echte vrienden opgebouwd en leef ik als een soort schim. Dat gevoel wordt zo ’s avonds ernstig versterkt als ik over de boulevard loop waar alleen maar grote groepen en stelletjes scharrelen. De enige mensen die alleen lopen zijn oude mannetjes en rozenverkopers. En ik dus.
In Amsterdam heb ik dan tenminste wel mijn vrienden. En mijn familie. Dat het leven er aanzienlijk minder is dan hier, neem ik dan maar op de koop toe. Zonder mensen om je heen die van je houden, van wie ik houd, is het leven maar lastig. Zo blijkt me dat na bijna drie maanden maar al te goed. Konden we maar met z’n allen hier wonen, in het warme Italië. Want wat is de sfeer toch fijn hier ’s avonds. Er heerst geen enkele vorm van opgefoktheid op straat. Nergens hoef je op je hoede te zijn. Een groepje op straat vormt in geen enkele vorm een mogelijke bedreiging en dat is echt verademend.
Wat heeft deze reis me nou geboden en in hoeverre zijn mijn verwachtingen uitgekomen of juist niet? Dat is moeilijk te beantwoorden, dus waarom stel ik me dan die vraag? Dat laatste is makkelijker. Het is de vraag die je altijd dient te stellen na een onderzoek en deze reis was deels een onderzoek voor mij. Ik wilde graag weten hoe het leven werkelijk is in Italië, wilde weten hoe ik me gedraag zo’n tijd in mijn eentje, wilde de taal leren, wilde dingen voor mezelf op een rijtje zien te krijgen, wilde van alles zien en vooral zien wat er zou kunnen gebeuren. Met mij, met mijn gedachten, met onvoorzienigheid.
Allereerst moet ik zeggen dat ik de taal redelijk goed machtig ben geworden. Ik kan vrij goed verstaan wat mensen zeggen, kan me redelijk goed verstaanbaar maken, lees behoorlijk en kan zelfs vrij goed schrijven. Al met al een dikke voldoende, zou ik willen zeggen. Op school noemen ze me een wonder, maar ja, dat wist ik natuurlijk al.
Heel veel van het land heb ik eigenlijk niet gezien. Al ben ik wel twee maal naar het diepe zuiden afgereisd. Ik ben uitgeweest in de hak van het land met een grote groep Italianen, heb mijn voeten in de Adriatische zee gehad, heb beschermd gevochten met velen (tijdens het seminar Wing Tjun), heb in een Lamborghini met 240 over een weg geracet, heb de vuilnis in Napels gezien, heb Rome in een waanzinnige stortbui mogen bewonderen, heb de Umbrische landschappen wat langduriger mogen bewonderen, ben achterlijk dronken geworden met een aantal onbekende Italianen die me maar rum bleven voeren, heb eindelijk een concert van Nick Cacve bijgewoond en heb festivals afgestruind, van koffie tot kaas en van babyspul tot bloemen.
Het werkelijke leven in Italië is maar moeilijk te achterhalen, vind ik. Daar is het land misschien ook te groot en te veelzijdig voor. Wel heb ik een hoop theorie op school geleerd en het in levende lijve kunnen aanschouwen hier in Perugia, Napels en Lecce. Ik ben er achter gekomen dat het leven in het zuiden van het land meer op mijn lijf geschreven is, al heeft het zeker zijn beperkingen. Met behulp van de wet van behoud op ellende is het dan wel mogelijk vast te stellen waar het leven dan wel het beste is voor mij. Dan kom ik toch echt weer uit op Rome. Wat een waanzinnige stad is dat toch!
Maar één van de belangrijkste dingen die ik hier heb meegemaakt, is toch wel het alleen zijn en niemand en niets anders hebben dan mezelf, mijn gedachten, mijn wensen, mijn moeilijke momenten, mijn eenzaamheid, verdriet soms maar ook de ongekende blijdschap die ik af en toe met mezelf heb kunnen delen. Misschien ben ik hier wel een betere vriend van mezelf geworden.
Als cadeautje heb ik mezelf in ieder geval een boek gegeven. Zelf geschreven. Ook dat nog. Het bevindt zich nu in de afrondfase, waarbij ik steeds meer tevreden begin te raken. Ook al heb ik af en toe de neiging het weg te gooien omdat het saai begint te worden, toch ben ik er erg gelukkig mee. Een lang gekoesterde wens is in vervulling gegaan.
Ik ben gestopt met mijn werk waar ik de afgelopen vier jaar mee bezig ben geweest. Ook dat voelt als een bevrijding en een mogelijkheid nieuwe wegen in te kunnen slaan. Ik voel me vrijwel nergens meer door tegengehouden om te kunnen doen wat ik moet doen, wat ik wil doen. Als ik wil, kan ik mezelf schrijver noemen. En dat bevalt me eigenlijk wel. Als ik een uitgever weet te vinden die dat gevoel kan beamen, heb ik daarmee een grote slag gewonnen in mijn eigen zijn.
Al met al is deze reis daarmee al een succes. Maar heb ik mezelf helemaal op een rijtje kunnen krijgen? Nee. Misschien ben ik wel niet te berijen. Dat zou ook een conclusie kunnen zijn. Belangrijkste is dat ik met een goed gevoel terug naar Nederland kan gaan. Een hoop indrukken rijker, een aantal kilo lichter, een taal zwaarder en vooral dat boek dus. Had ik een pluim, stak ik hem in mijn reet. Maar een schouderklopje kan ook. Gelukkig.
Grazie, Italia! Ci vediamo.
Geef commentaar op dit stuk (kan privé)